Iedereen leest wel eens een verhaal: kort of lang, strip of sprookje. Of misschien wel een dikke literaire pil na een lekker chicklit paperbackje. Lezen vind ik een van de mooiste dingen die de uitvinding van het schrift heeft voortgebracht. De Nederlandse literatuur verwijst vaak naar verhalen uit vroeger tijden, sprookjes of mythen. Dat noemen we intertekstualiteit. Maar je kunt nog veel meer analyse toepassen op verhalen en boeken. In de komende weken zal ik de theorie van de verhaalanalyse beschrijven op dinsdag. Vandaag begin ik met het vertelperspectief.
De verteller vertelt het verhaal
“Ja, duh”, hoor ik je denken, “dat is toch logisch?” Ja en nee. Er is een aantal dingen die je goed moet onderscheiden als je de verteller van het verhaal wil benoemen.
Ten eerste, en eigenlijk het belangrijkste, de verteller is nooit maar dan ook echt nooit dezelfde persoon als de schrijver van het verhaal. Een bekend voorbeeld is het voorbeeld van Frans Kellendonk’s Mystiek lichaam. In dit boek komt een antisemitische passage voor, waarvoor hij werd aangeklaagd. Kellendonk won de zaak en sindsdien is dit onderdeel van de verhaaltheorie.
Het tweede dat je over de verteller moet weten is dat hij verschillende vormen kan aannemen. Dat noemen we het vertelperspectief. Er zijn twee vormen: de verteller is onderdeel van het verhaal of hij staat erboven.
De verteller is onderdeel van het verhaal
Daar zijn drie vormen in te onderscheiden: de ik-verteller, de personale verteller en het meervoudig vertelperspectief.
Het ik-perspectief is het vertelperspectief waarbij je het verhaal vanuit de hoofdpersoon meeleest. Een voorbeeld van een ik-verteller is de trilogie van Suzanne Collins: De hongerspelen. Hier beleef je het verhaal vanuit de hoofdpersoon Katniss Everdeen. Je kent haar gedachten en gevoelens. Je weet alleen niet hoe de anderen denken over de ik-persoon. Je weet dus evenveel als de ik. Dat levert natuurlijk ook spanning op. Je weet niet wat er gaat gebeuren.
Bij het personale perspectief weet je eigenlijk niet wie het verhaal vertelt. De schrijver schrijft het verhaal in de hij-vorm. Of in de zij-vorm. De meeste boeken zijn vanuit dit vertelperspectief geschreven. De verteller is niet aan te wijzen. Het verhaal ontrolt zich als het ware vanzelf.
Het meervoudige vertelperspectief vertelt het verhaal vanuit verschillende oogpunten. Meerdere personages krijgen het woord en zo zie je bijvoorbeeld hoe die verschillende personen een gebeurtenis beleven. Dit is het geval bij Menuet van Louis Paul Boon en De Metsiers van Hugo Claus. In deze boeken wordt ieder hoofdstuk vanuit het standpunt van een ander personage beschreven.
Een bijzondere vorm van de meervoudige vertelsituatie is de raamvertelling. Dit is een verhaal dat uit meerdere lagen is opgebouwd, waarbij meerdere vertellers aan te wijzen zijn. Bijvoorbeeld in Max Havelaar. Er zijn hier drie verschillende lagen: de laag die verteld wordt door Droogstoppel, de laag van Stern (de stagiair van Droogstoppel die het verhaal van Sjaalman overneemt) en Saïdjah in het verhaal over Saïdjah en Adinda. Deze bijzondere vorm is ook zichtbaar in De sprookjes van duizend-en-een-nacht waarbij steeds een andere verteller aan het woord is, naast Sheherazade.
De auctoriale verteller staat boven het verhaal
Hij doet niet mee in het verhaal en kent alle gevoelens en gedachten van de personages in het verhaal. Hij heeft een helikopterview. Dat haalt wel een hoop spanning uit het verhaal. Tegenwoordig wordt de auctoriale verteller niet echt meer gebruikt. In de Middeleeuwen werd deze wel gebruikt. Dat komt omdat de meeste verhalen verteld werden. De toehoorder moest aan de hand meegenomen worden, om de aandacht vast te houden. Dat doet de auctoriale verteller.
Waarom is het belangrijk om te weten wat het vertelperspectief is?
Dat heeft te maken met of het perspectief, dus de verteller en daarmee het personage, betrouwbaar is of niet. Je zou je kunnen voorstellen dat een ik-verteller die niet de gevoelens van de andere personages in het boek kent, niet betrouwbaar is, dat geldt ook voor de personale vertelinstantie. Een goed voorbeeld hiervan is Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Alfred Issendorf kent de gedachten van zijn reisgenoten niet en denkt telkens dat anderen het slecht met hem voor hebben. Later komt hij erachter dat dit niet zo is en jij als lezer ziet het hele boek ineens in een ander daglicht.
Wil je je eigen boek schrijven of loop je vast in het schrijven? Boek dan nu een gratis sessie in mijn kalender van 20 minuten en stel je vraag!