God, Zeus, mythen en sagen

Vanochtend ging de bel. Ik dacht: “Jeej, post!” dus ik doe de deur open van de portiek beneden. Ongeduldig wacht ik op de postbode die naar boven komt lopen. Er komt geen postbode, maar twee mensen. De dame heeft de Wachttoren in haar hand. God aan de deur.

God, Zeus

Thetis pleit voor Achilleus bij Zeus, 1811


Maar beleefd als ik ben opgevoed, laat ik de dame op adem komen en haar komst uitleggen. Ik vertel haar dat ik geen interesse heb, maar verzuim om daarna direct de deur dicht te doen. De dame grijpt haar kans en vraagt mij of ik gelovig ben. Naar waarheid antwoord ik dat ik dat niet ben. Ze vraagt of ik de Bijbel ken. Ja, antwoord ik. Die heb ik voor mijn studie Nederlands moeten lezen. Want waarom zou je liegen tegen iemand?
De vrouw heeft beet. Ze haakt in op mijn Bijbelkennis en klauwt zich vast. “Stelt u zich eens voor dat God zou bestaan,” zegt ze, “zou Hij deze ellende op de wereld dan toelaten?” Ik heb eerlijk gezegd geen zin in deze discussie dus ik antwoord ontwijkend dat God voor mij niet bestaat, met alle respect, en dat ik meer van de oerknal en de aminozuren ben die zich per ongeluk of bij toeval met elkaar hebben gemengd en dat daaruit de eerste eencelligen zijn ontstaan.
Shit, ook dat had ik niet moeten zeggen want de vrouw pakt mij op het woord toeval. “Is het dan toeval of intelligentie die achter het mengen van de aminozuren zit?” vraagt ze mij. Ik zeg dat ik daar geen idee van heb. “Misschien is dat iets om over na te denken,” zegt ze. De man komt er amper aan te pas in dit gesprek. Ik vermoed dat zij thuis ook de spreekwoordelijke broek aan heeft.
“Ja,” zeg ik enigszins sarcastisch, “dat zijn leuke existentialistische vragen voor een zaterdag, daar ga ik eens fijn over nadenken.” Maar voor ik de deur dicht kan doen, mengt de man zich in het gesprek. Dus toch iets te vertellen…
“U heeft toch wel een mening over de toestand in de wereld? Zoals die is nu?” Ik heb daar zeker een mening over, maar ik laat me dit keer niet verleiden om te antwoorden. Dus ik zeg alleen maar dat ik daar een mening over heb. En hij vraagt verder: “Denkt u niet dat we een doel in dit leven hebben?” Ik zwijg. De vrouw valt haar man bij: “Ja sommige mensen worden 70, 80 jaar oud en sommigen halen dat niet eens. Zou er niet een reden zijn waarom we in dit leven zijn?”
Ik wilde de deur dichtgooien, dit raakte me te veel. Mijn vader werd slechts 62 en voor mijn gevoel was zijn leven nog niet af. Maar ik wilde niet laten merken dat ze me raakten, dus ik hield heldhaftig stand.
We praatten verder over de Bijbel. Ik noemde de onbevlekte ontvangenis en de wonderen die Jezus had verricht dogma’s van het geloof. De vrouw antwoordde dat de onbevlekte ontvangenis niet in de Bijbel stond en dat de hele Maria-verering van de katholieken Jezus tot een ondergeschoven kindje maakte. Als ik tien katholieken zou vragen wat de boodschap van Jezus was geweest, dan wisten zeker 9 van de 10 katholieken niet dat zijn boodschap het Koninkrijk van God was. Ze kunnen het Onze Vader opzeggen, maar hebben geen idee. Ze werd bijna boos. De man viel haar bij en vertelde dat heel veel dingen in de wereld voorzegd waren in de Bijbel. Dat Rome als wereldmacht voorzegd was, evenals de Anglo-Amerikaanse macht. Dat zelfs de vijanden van Jezus vertelden dat ze Hem wonderen hadden zien verrichten. Dat was dus allemaal waar gebeurd.
Ik vond dit een vreemde conclusie. Het volgde niet logisch uit de feiten.
De man sprak verder: “Soms merken we dat we mensen raken met ons verhaal. Dan komen we terug om verder te praten.” Het klonk bijna als een dreigement. Bijna. Dus ik antwoordde dat ik daar geen behoefte aan had en teveel met mijn eigen dingen bezig was. “Wellicht kunt u toch op termijn misschien meer aandacht besteden aan de goede boodschap.”
“Mag ik u dit blaadje geven, achterop staat een verhaal over toeval of intelligentie.” De vrouw weer. Ik bedankte. Ze zei dat ik dan misschien de website kon bekijken, daar stond ook dat verhaal. Voor deze keer loog ik: “Ik zal hem onthouden en een keer kijken.”
De man antwoordde dat hij hoopte dat ik een fijne zaterdag had en kon nadenken over toeval en intelligentie. Ik antwoordde: “Misschien, ooit op termijn, in een ander leven.” Ik sloot de deur. Twintig minuten later. Mijn koffie was koud: toeval?

8 Reacties

  1. Irene

    LOL! Ik wilde dat ik in een hoekje van jouw gang had gezeten om dit mee te beleven. Goed gedaan, meis. Ennuh, je leeft existentieel genoeg om er een positieve uitdaging van te maken. 😉

    Antwoord
  2. Marc

    Kortom God vindt dat je voortaan ijskoffie moet drinken! 🙂
    Wel een interessante belevenis. Hoewel ik er niet in geloof, het is gewoon moeilijk voor ons mensen om met toeval om te gaan.

    Antwoord
  3. Carolien Geurtsen

    heel leuk om jouw blog [weer] te lezen! Ik begin langzamerhand [weer] energie te krijgen om zowel zelf te schrijven als blogs vna anderen te lezen, al moet ik nog wel kieskeurig zijn. Dat is dan wel een willekeurige kieskeurigheid, gebaseerd op wat er in mijn mailbos én in mijn tijdlijn langkomt als ik kijk, en ja, ook ik val op titels, dus dank Ben voor de metnion op Facebook en dank Martha voor je leuke post van vandaag – kijken of ik jou ook [weer] in mijn dagelijkse kost blog reminder kan krijgen. het duurt even maar dan heb ik ook wat.
    Vorig eweek vertelde mijn vader dat Gods boodschappers weer bij hem langs geweest zijn en door jouw blogje voel ik er gelijk zelf een aankomen daar weer over. Hij vind het namelijk erg leuk en doet met liefde de deur open. Hij is in het geheel nou ja, bijna niet, religieus en vind het gewoon leuk om te sparren, en diegene die bij hem langskomt, doet dat met een zekere regelmatigheid. Zo nam hij dus de laatste keer ook een messenger in opleiding mee en vertelde tegen mijn vader dat hij hem expres uitgekozen had als een goed en prettig gesprekspartner aan de deru, waar de ‘student’nog veel van kon leren. Een voor mij geheel andere kant van de voet tussen de deur medaille zoals ik hem ken. Ik ben zelf gewoon blij dat ik op drie hoog woon en het me bijna nooit meer overkomt. Ze ‘deze messengers’bellen al geeneens aan. Slechts af en toe een messenger van het NUTS soort die met een niet te weerstane aanbieding komen.
    xxCarolien
    PS: Binnenkort even kijken naar hoe ik de achtergrond van mijn blog #wit krijg?
    Ik was het [weer] vergeten.
    Fijne zondag!!

    Antwoord
  4. Linda Kwakernaat

    Goed van je dat je ze te woord hen gestaan.
    Ik doe dat niet meer. ze roepen altijd verdriet op

    Antwoord
    • Martha

      Hè, dat is vervelend. Meestal houd ik trouwens op bij geen interesse, misschien zat ik verlegen om een praatje ;).

      Antwoord
  5. Jacob Jan

    Geloof is niet iets dat je aan anderen moet opdringen.
    Existentieel bezig zijn kan heel goed met gedichten en boeken. Daar heb je geen wachttoren voor nodig. En hoewel ik heel er niet van de discussie literatuur/lectuur houd…. de wachttoren is inferieure lectuur.

    Antwoord
    • Martha

      Ik kan het niet anders dan met je eens zijn. Op alle punten.

      Antwoord
  6. Liesbeth.

    Een paar weken geleden belden ze bij mij aan op zondagmorgen om 9.45 uur. Ik sliep nog en had die slaap hard nodig. Was dan ook razend en heb aan ze gevraagd hoe ze het in hun hoofd haalden om op dit tijdstip te bellen bij een huis waar alle gordijnen nog dicht waren. Ze wilden me die Wachttoren nog geven maar die heb ik geweigerd en ze dropen af.
    Juist dit soort uitingen van opdringerige geloofsgetuigenissen vind ik verschrikkelijk. Als een moslim dit zou doen zou hij direct worden opgepakt voor een of ander vergrijp. Laat geloof toch iets persoonlijks zijn en hou op met het opdringen aan anderen, welk geloof dan ook.
    Respecteer jouw geduld met ze, ik heb dat allang niet meer!

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

×

Klik op de foto om WhatsApp te openen op je mobiel of computer en stuur mij een berichtje!

× Hoe kan ik je helpen?