Vader, ik voel me schuldig omdat ik niet gelukkig ben.
Deze zin komt uit Brief aan Vader van Maarten Biesheuvel. Vorig jaar las hij het voor, huilend, in De wereld draait door en daarom komt er nu een nieuwe uitgave van.
Maar waarom grijpt die zin mij zo aan?
Omdat het me opvalt dat mensen op de vraag “Hoe gaat het?” bijna nooit als eerste het eerlijke antwoord geven. “Goed hoor,” is het meest gehoorde antwoord op deze vraag. Terwijl misschien op de achtergrond het huis en het gezin op instorten staan. “Goed hoor.”
Soms lijkt het alsof mensen de vraag stellen om iets te vragen te hebben. Als de beantwoorder in een verhaal schiet over zijn zieke moeder, hulpbehoevende buurman en incontinente kat, dan luistert de vraagsteller even en gaat dan snel weer door met waar hij eigenlijk voor kwam. Het antwoord dat hij wilde horen, was: “Goed hoor.”
En dat is wat mij zo tegenstaat aan Facebook. Iedereen is er zo f*cking gelukkig. Mooie plaatjes komen voorbij van geweldige vakanties, prachtige zonsondergangen, koppen koffie, mooie citaten en wijsheden. Wat zijn we met zijn allen gelukkig. “Goed hoor.”
Maar ondertussen zit je alleen op de bank achter je laptop en tik je een blog over een zin die je aangrijpt. Een zin die de essentie weergeeft van wat je voelt, denkt en krampachtig wil bereiken. Je werkt aan een ambitie die het schuldgevoel moet wegkrijgen, maar hoe harder je het probeert, hoe verder het weg lijkt. Dat noemen ze wu wei. De grondstelling is dat je niet tegen de aard der dingen in handelt en het komt uit het taoïsme. Het mooiste ervan is dat je dus soms wel moet handelen en soms niet. Daarom is een antwoord geven op de vraag “Hoe is het?” soms een leugen, soms is het een waarheid of een stukje richting de waarheid. Soms volstaat “Goed hoor.”